dansmuggen
Kenmerken
De dansmuggen behoren tot de morfologisch meest diverse families van de orde Diptera. Gewoonlijk kleine muggen met een gebochelde thorax, enigszins over de kop gewelfd. In de Europese soorten zijn de mandibels onderontwikkeld, de adulten van veel soorten eten in het geheel niet. In mannetjes bestaat de antenneflagel uit 11-15 flagellomeren, de antenne is gepluimd tenzij de mannetjes geen zwermgedrag vertonen. De flagel in vrouwtjes heeft 4-6 flagellomeren en is ongepluimd. Larven met een volledig ontwikkelde, niet intrekbare kop, de antennen al of niet intrekbaar. Meestal met een paar schijnpoten op het eerste borstsegment en op het voorlaatste achterlijfsegment. Voorlaatste achterlijfsegment dorsaal ook met een paar harige procerci. In landvormen kunnen alle lichaamsaanhangsels zijn gereduceerd. Aquatische poppen vaak met een paar enkele tot vertakte ademhalingsbuisjes op de rug en vaak met een paar plaatvormige structuren aan het achterlijf.
Voorkomen
In het Westpalaearctische gebied met ca. 1400 soorten, in Nederland en Belgiƫ ca. 500.
Levenswijze
Larven bewonen vrijwel elk aquatisch biotoop, van open zee tot de oksels van boomtakken of boomholtes waar zich water verzameld. Larven kunnen zelfs in de Sahara gevonden worden waar zij in uitgedroogde toestand jaren kunnen wachten op een volgende regenbui. Larven van soorten die in zuurstofarm water met veel rottend materiaal leven bevatten de rode kleurstof hemoglobine om toch zo veel mogelijk zuurstof te binden.
Behandelde taxa
Chironomus soort (vedermuggen)
Rheotanytarsus soort