Oryctes nasicornis

neushoornkever

Lengte 20-40 mm, juni-juli.

Kenmerken
Grootste bladsprietkever van Nederland en Belgiƫ. Roodbruin van kleur en sterk glanzend. Kop van het mannetje (178 1a g) met sterke naar achteren gebogen hoorn, vrouwtje met korte punt. Op het achterste deel van het halsschild met dwarskam, die aan bovenzijde licht trogvormig is uitgehold; bij het vrouwtje is deze structuur minder prominent ontwikkeld.

Voorkomen
Tegenwoordig is de soort vooral te vinden bij composthopen. Larven in langdurig rottend en broeiend plantenmateriaal, ook in zaagmeel bij houtzagerijen. De soort zit in Nederland aan de noordelijke rand van haar verspreidingsgebied. Wordt in Zuid-Nederland weer wat vaker aangetroffen dan enige tientallen jaren geleden.

Levenswijze
De neushoornkever behoort tot een groep tropische soorten, die voor insecten in biomassa de grootste insecten ter wereld herbergen, onder andere De herculeskever (onderfamilie Dynastinae). De neushoornkever is de enige Europese vertegenwoordiger van deze groep. Hij heeft in de loop der eeuwen zijn habitat en levenswijze meerdere malen moeten veranderen en blijkt daaraan opmerkelijk goed aangepast. Oorspronkelijk moet de larve (178 1b g) in vermolmd hout hebben geleefd. Later bij het verdwijnen van grote hoeveelheden oerbos moet de ontwikkeling verplaatst hebben naar onder andere leerlooierij-afvalhopen en in zaagmeel van houtzagerijen. Tegenwoordig wordt hij veelal bij en in composthopen gevonden en neemt zelfs weer wat in aantal toe. De larve kan de bij rottingsprocessen, ontstane warmte goed voor haar meerjarige ontwikkeling gebruiken. Afhankelijk van de omstandigheden kan de engerling na 3-5 jaar een lengte van 12 cm. bereiken. Voor de verpopping maakt zij met behulp van uitwerpselen een popkamer die doet denken aan een kippenei. Bij gebrek aan voedsel komen er hongervormen voor: bij de mannetjes resulteert dat bijvoorbeeld in de afname van de grootte van de hoorn ten opzichte van de lichaamsgrootte. Kleine mannetjes zijn dan van uiterlijk nog nauwelijks van vrouwtjes te onderscheiden. De volwassen kevers nemen geen of weinig voedsel meer tot zich. In warme nachten vertonen ze zwermgedrag en vliegen dan rond en worden vaak aangetrokken door lichtbronnen als straatlantaarns. Als zij tegen een lamp aanvliegen en op een glad oppervlak op hun rug vallen hebben zij grote moeite zich weer om te draaien en op hun poten terecht te komen.

%LABEL% (%SOURCE%)