Apanteles soort

Lengte 2-4 mm, april-september.

Kenmerken
Kleine, zwarte sluipwespjes. In het geslacht komen meer dan 50 verschillende, inheemse soorten voor (wespen niet afgebeeld).

Voorkomen
In verschillende biotopen algemeen.

Levenswijze
Apanteles wespjes leggen hun eitjes in rupsen. Sommige van deze wespjes kunnen individueel wel meer dan 2000 eieren leggen en tientallen rupsjes aanprikken. Er zijn soorten die per legsel 15-20 eitjes produceren, andere leggen per keer slechts 1 ei. De larven komen uit in de rups en ontwikkelen zich intern. Voor de verpopping komen zij echter naar buiten en spinnen een cocon onder de gastheer (252 3a g). Apanteles glomeratus heeft de rups van het grote koolwitje als gastheer. In de volksmond heet het dan dat de rups “eieren” heeft gelegd als de larven de witgele cocons hebben gesponnen. De larven van de gregaire soorten komen meestal tegelijkertijd naar buiten en de dicht tegen elkaar gesponnen cocons lijken soms wel wat op een honingraat (252 3b g).

%LABEL% (%SOURCE%)