Anthophora plagiata

schoorsteensachem

Lengte 13-15 mm, april-juli.

Kenmerken
Mannetje geelbruin behaard. Vrouwtje in 2 kleurvarianten: lichte vorm geelbruin behaard met witte verzamelborstels, of zwart met een roodbruin behaard achterlijf en zwarte verzamelborstels (308 2 g). Mannetje zonder opvallende haarkwastjes aan de middenpoten en met een opvallend wit gekleurd clypeus.

Voorkomen
In extensieve cultuurlandschappen, bijvoorbeeld lemen wanden van huizen of schuren, zonnige steilwanden. Is sterk achteruit gegaan in Midden-Europa. Vermoedelijk verdwenen uit Zuid-Nederland; zeer zeldzaam in Midden- en Zuidoost-Belgiƫ.

Levenswijze
De nestwijze herinnert op verbluffende wijze aan die van de schoorsteenwespen uit het geslacht Odynerus; hij is echter bij de sachembij veel groter in doorsnede (bijna 10 mm). Vrouwtje graaft meestal in verticale wand een bogige gang. Ze weekt de bodem op met water dat ze van tevoren verzamelt en kleeft de losse bodemdeeltjes in een ring rond de nestopening. Met toenemende diepte ontstaat een schoorsteen, die op het eind naar de zijkant buigt (308 2 g). Aan het eind van de gang liggen meestal meerdere, eivormige broedcellen achter elkaar. Het afgebouwde nest wordt ten dele met leem van de schoorsteen afgesloten.

%LABEL% (%SOURCE%)