Gastropacha quercifolia

eikenblad

Spanwijdte vleugels 50-90 mm, juni-augustus

Kenmerken
Vrouwtje 2 keer zo groot als mannetje. Kleur; van diep purper tot bleek bruin. Vleugelranden golfvormig gezaagd.

Voorkomen
In beboste streken langs bosranden en houtwallen. Vroeger vrij algemeen in Nederland en Belgiƫ, tegenwoordig zeldzaam geworden.

Levenswijze
Vlinder vouwt in rust de voorvleugels dakvormig op, maar laat de achtervleugels naar beneden gespreid onder voorvleugels uitsteken, zo lijkt het dier op een een bosje bladeren. Met de bruine kleur een opmerkelijk goede camouflage. Rups grijs of bruin met op de rug enkele paren rode puntwratten en op de segmenten 2-3 blauwe lengtestrepen, tot 80 mm lang. Ze drukt haar afgeplatte lichaam in rust dicht tegen de tak waarop ze zit en is, net als de vlinder, zeer goed gecamoufleerd, vooral als ze als jonge rups op kale bomen overwinteren. Voedselplanten: sleedoorn, pruim, appel en andere loofbomen.

%LABEL% (%SOURCE%)