Araschnia levana

landkaartje

Spanwijdte vleugels 28-40 mm, april-september

Kenmerken
Vliegt in 2 tot 3 generaties, waarvan de vlinders zeer verschillen in kleur en tekening. De voorjaarsvorm (402 4a g) is aan de bovenkant roodbruin met zwarte vlekken, de zomervorm (402 4b g) is zwart met witte band en enkele fijne bruine lijnen. Onderkant als een landkaartachtig patroon (402 4d g).

Voorkomen
Algemeen in open bossen, grensvegetaties en pioniervegetaties met struwelen.

Levenswijze
De soort was in Nederland tot 1940 zeer zeldzaam. Na 1950 is hij steeds algemener geworden en komt na 1980 bijna overal voor. De groene eieren worden op de grote brandnetel onder aan de bladeren gelegd en in staafjes aan elkaar geplakt (402 4e g). De rups (402 4c g) is grijszwart met, ook op de kop twee, stekelige haarborstels. De pop overwintert. Abiotische factoren, zoals de daglengte en de temperatuur, bepalen tijdens het rupsstadium de latere, zeer verschillende kleurvormen van de volwassen vlinders.

%LABEL% (%SOURCE%)